Lakens strijken gaat het makkelijkst als je ze licht vochtig strijkt, in grote vlakken werkt en stoom gebruikt. Dan gaan de kreukels er moeiteloos uit en houd je nette, gladde lakens die ook prettig aanvoelen als je in bed stapt. Hieronder lees je precies hoe je dat aanpakt, per stap.
Strijk lakens altijd licht vochtig
Het grootste verschil zit in de vochtigheid van het laken op het moment dat je gaat strijken. Een kurkdroog laken is veel lastiger glad te strijken dan een laken dat nog een klein beetje vochtig is. Haal lakens daarom iets eerder uit de droger of van de waslijn, terwijl er nog net een beetje vocht in zit. Hangt het laken al helemaal droog? Dan kun je het voor het strijken licht besproeien met water uit een plantenspuit. Even wachten tot het water is ingetrokken, en dan beginnen.
Ook je strijkijzer met stoomfunctie helpt hierbij. Stoom dringt door de vezels heen en maakt kreukels zacht, zodat ze makkelijker wegglijden. Gebruik de stoomstoot-knop bij hardnekkige vouwen, bijvoorbeeld bij de naden of de omslag van een kussensloop.
Werk in grote vlakken, begin bij de randen
Een laken is groot en dat vraagt een andere aanpak dan een overhemd. Begin bij de randen en naadjes, want daar zitten de meeste kreukels. Strijk deze smallere stukken als eerste, en werk daarna naar het midden toe in brede, rechte halen. Zo schuif je kreukels niet naar het midden, maar werk je ze geleidelijk weg naar de buitenkant.
Vouw het laken halverwege op en strijk eerst de ene helft, dan de andere. Dit voorkomt dat je een net gestreken deel opnieuw kreukt doordat het over de rand van de strijkplank hangt. Een grote strijkplank scheelt daarbij veel werk. Heb je die niet, dan kun je de vloer of een tafel afdekken met een schone handdoek en daarop strijken.
Lakens strijken per materiaal: temperatuur en techniek
Niet elk laken verdraagt dezelfde temperatuur. Kijk altijd even op het wasetiket voordat je begint. Als vuistregel geldt:
- Katoen: hoog tot zeer hoog (twee of drie puntjes). Katoen verdraagt goed warmte en heeft dat ook nodig om glad te worden.
- Percal en satijn: middelhoog (twee puntjes). Deze weefsels zijn fijner en kunnen bij te veel hitte gaan glanzen of beschadigen.
- Linnen: hoog en bij voorkeur licht vochtig strijken. Linnen trekt kreukels snel, maar laat ze ook makkelijk weer los bij de juiste temperatuur.
- Microvezel en synthetisch: laag (één puntje) of niet strijken. Deze materialen smelten of glanzen bij te hoge temperatuur. Vaak is strijken niet nodig als je ze direct na het drogen opvouwt.
Bij twijfel: test de temperatuur altijd eerst op een onopvallend hoekje van het laken.
Is lakens strijken altijd nodig?
Eerlijk gezegd: nee. Of je lakens strijkt is een kwestie van voorkeur. Gestreken lakens voelen gladder aan en liggen netter op bed, maar ze worden de eerste nacht toch al gekreukeld. Als je de wasmachine instelt op een lagere centrifugesnelheid (bij voorkeur maximaal 800 tot 1000 toeren) en lakens direct na het drogen opvouwt, vallen de kreukels al flink mee. Sommige materialen, zoals microvezel, hebben eigenlijk nooit een strijkijzer nodig.
Wie wel wil strijken maar er minder tijd aan wil besteden, kan ook kiezen voor een stoomstation in plaats van een gewoon strijkijzer. Een stoomstation geeft meer en constantere stoom af, waardoor grote oppervlakken als lakens sneller glad zijn. Voor wie lakens strijkt als vast ritueel voor de nacht, is het een kleine moeite die het beddengoed merkbaar verfrist.
Kort samengevat: haal lakens licht vochtig van de waslijn, strijk in grote banen van de randen naar het midden, gebruik stoom en pas de temperatuur aan op het materiaal. Dat is alles wat je nodig hebt voor kreukelloze lakens zonder dat het uren kost.



No Comments