Wol strijken kan prima, maar vraagt om een andere aanpak dan katoen of polyester. Gebruik je te veel hitte of druk, dan krimp je de stof, maak je de vezels glanzend of trek je de vorm scheef. Met de juiste instelling en een vochtige doek tussein is wollen kleding of stof goed te strijken zonder schade.
De juiste strijktemperatuur voor wol
De meeste strijkijzers hebben een wolstand, vaak aangeduid met één of twee puntjes. Dat komt neer op een temperatuur van ongeveer 120 tot 150 graden Celsius. Hoger dan dat is te heet: de wolvezel kan dan vervilten, krimpen of juist een nare glans krijgen.
Kijk ook op het waslabel van het kledingstuk. Staat er een strijkijzer met één punt? Blijf dan rond de 110 graden. Twee punten betekent dat je iets meer marge hebt. Staat er een doorgestreept strijkijzer? Dan is strijken echt af te raden, ongeacht de temperatuur.
Wol strijken: stap voor stap
- Leg een vochtige doek over de wol. Een schone katoenen doek, licht natgemaakt, werkt het best. Die doek beschermt de vezel en zorgt voor stoom zonder dat het strijkijzer de wol direct raakt.
- Stel je strijkijzer in op de wolstand (of 120 tot 150 graden) en laat hem volledig opwarmen.
- Strijk met lichte druk en korte bewegingen. Duw het ijzer niet hard naar beneden. Wol heeft weinig druk nodig; de stoom doet het werk.
- Til het ijzer op in plaats van te schuiven. Zeker bij dikke wollen stof: zet het ijzer neer, druk even licht aan, til op en verplaats. Zo vermijd je dat je de stof rekt of vervormt.
- Laat de wol afkoelen voor je hem beweegt. Wol is kwetsbaar als hij warm is. Laat het kledingstuk even liggen voordat je het ophangt of opvouwt.
Stomen als alternatief voor strijken
Een kledingstomer (ook wel garment steamer) is voor veel wollen kledingstukken een betere keuze dan een strijkijzer. Je houdt de stomer op een paar centimeter afstand, de stoom ontspant de vezels, en je raakt de stof nooit direct aan. Kreukels verdwijnen daarmee bijna vanzelf. Dit werkt bijzonder goed voor truien, mantels en jurken die je niet plat wilt strijken.
Heb je geen stomer? Dan kun je het kledingstuk ook in de badkamer hangen terwijl je een hete douche neemt. De stoom in de ruimte doet al veel. Dit is geen vervanging voor echt strijken, maar voor lichte kreukels werkt het verrassend goed.
Veelgemaakte fouten bij het strijken van wol
De grootste fout is strijken zonder beschermende doek. Het strijkijzer raakt de wolvezel dan direct, en dat geeft bijna altijd een glanzende plek die niet meer weggaat. Datzelfde geldt voor te lang op één plek blijven staan met het ijzer.
Een andere valkuil is de stof uitrekken tijdens het strijken. Wol is warm zacht en geeft mee. Als je te hard duwt of trekt, verliest het kledingstuk zijn oorspronkelijke vorm. Werk altijd met de draadrichting mee en vermijd diagonale bewegingen.
Tot slot: strijk wol altijd aan de binnenkant als dat mogelijk is. Zeker bij donkere kleuren is de kans op glansplekken aan de buitenkant anders groot.
Krimpen voorkomen: wat je vooraf kunt doen
Als je wollen stof strijkt die je daarna nog gaat wassen (bijvoorbeeld bij het naaien van een kostuum of kledingstuk), is het slim om de stof eerst te wassen of te stomen voordat je aan de slag gaat. Zo krimp je het krimpen er alvast uit en voorkom je dat het eindproduct later van vorm verandert na de eerste wasbeurt. Dit staat ook in de gebruikelijke adviezen voor naaiprojecten met wol.
Wol strijken is goed te doen als je rustig werkt, de temperatuur laag houdt en altijd een vochtige doek tussenplaatst. Neem de tijd, gebruik weinig druk en laat de stof altijd afkoelen voordat je hem verder verwerkt of draagt. Dan houd je de vezels intact en het kledingstuk in goede staat.



No Comments